Nu de uitslag van de Maine caucuses binnen is, gaan we de eerste periode van dit jaar tegemoet waarin er twee weken lang geen voorverkiezingen zijn. Een ongekende politieke luwte die met een klap werd ingeluid door CPAC en die in ieder geval zal duren tot het CNN debat van 22 februari in Arizona. Dat biedt een goed moment om het spektakel dat de Republikeinse voorverkiezingen zijn, eens af te zetten tegen de Democraten in de general elections. Ongeacht wie de nominatie uiteindelijk wint, zal de Republikein in november drie grote obstakels moeten overwinnen om Barack Obama van een tweede termijn af te houden.
TalkingPointsMemo houdt een overzichtelijk lijstje bij van diverse peilingen waarin het vooruitzicht van een Republikeinse president tegen het vooruitzicht van ‘four more years’ wordt afgezet. Een belangrijke graadmeter is wat ze de Congressional Generic Ballot noemen. Dat wil zeggen dat er niet gekeken wordt naar individuele kandidaten, maar naar het vertrouwen in de partij als geheel om de komende jaren politieke macht uit te oefenen. Dan blijken de Democraten met het vertrouwen van 44,2 procent van de bevolking populairder op dit moment dan de Republikeinen met 41,9 procent. Ook op diverse andere vlakken lijken de Democraten en de huidige president er beter op te staan dan hun Republikeinse uitdagers.
Breed of enthousiast draagvlak
Een eerste obstakel dat elke Republikeinse presidentskandidaat zal moeten overwinning om deze cijfers in zijn voordeel te laten omslaan, is de ogenschijnlijke spagaat waar de partij zich in bevindt tussen een breed of een enthousiast draagvlak. Om de general elections te kunnen winnen, moet een kandidaat zowel op breed draagvlak bij een groot deel van de maatschappij kunnen rekenen, swing voters dus voor zich kunnen winnen, als op enthousiast draagvlak bij zijn natuurlijke achterban om voldoende vrijwilligers en donateurs op de been te brengen. De huidige Republikeinse spagaat is echter dat de enige kandidaat met breed draagvlak, Mitt Romney, voorlopig weinig enthousiasme bij fanatieke Republikeinen aanwakkert, terwijl de kandidaten met een enthousiastere achterban door een breed publiek nauwelijks serieus genomen worden. De Republikeinse kandidaat zal zich dus vanaf de zomer zo moeten manoeuvreren dat hij op zijn minst een acceptabele optie is voor zowel swing voters als de Republican base.
With friends like these…
De interne strijd om de Republikeinse nominatie is ongekend fel. Vooral Gingrich en Romney hebben elkaar de laatste maanden voor rotte vis uitgemaakt, maar ook Ron Paul en Rick Santorum doen regelmatig een duit in het zakje. Waar je van Democraten zou mogen verwachten dat ze hun tegenstanders aanvallen op hun banden met het bedrijfsleven en hun persoonlijke rijkdom, is het ongebruikelijk dat Republikeinen dat onderling ook doen. Niets is makkelijker voor Team Obama dit najaar dan het recyclen van campagnespotjes die de Republikeinen zelf over de uiteindelijke kandidaat hebben gemaakt. Als je eigen partijgenoten al geen enkel vertrouwen in je hebben, waarom zou de rest van Amerika dat dan wel hebben? De kandidaat die Obama wil verslaan moet een beeld van gesloten rijen en een eenduidige partij kunnen schetsen, dat overtuigend genoeg is om dit moddergevecht definitief af te sluiten.
Een eigen economische boodschap
Het onderzoek van FiveThirtyEight’s Nate Silver over de relatie tussen economische indicatoren en Amerikaanse verkiezingen is hier al vaker aangehaald. Kort gezegd heeft Silver geconcludeerd dat niet de werkelijke staat van de economie, maar economische vooruit- of achteruitgang in een verkiezingsjaar van doorslaggevende invloed is op de herverkiezingskansen van een zittende president. Het is nog veel te vroeg om definitief vast te stellen dat de Amerikaanse economie dit jaar zal herstellen, maar de eerste tekenen zijn hoopvol voor het Witte Huis en verre van dat voor de Republikeinen. Niet voor niets grepen ze de afgelopen dagen alle mogelijkheden aan om de dialoog te verplaatsen naar Obama’s vermeende oorlog tegen het geloof; de werkeloosheid daalt en het lijkt (voor het eerst) dat Obama’s beleid een bijdrage levert aan het creeëren van banen. De Republikeinse kandidaat moet een verhaal hebben over de economie dat los staat van werkeloosheid of een relatief abstract verhaal over de staatsschuld dat een spoedig herstel waarschijnlijker laat zijn onder Republikeins bewind.
Ongeacht huidige cijfers en verwachtingen zijn de general elections alles behalve een gelopen race. Naar mate de Republikeinse voorverkiezingen langer duren zal de positie van Romney als onvermijdelijke kandidaat meer gaan wankelen en is het minder zeker dat hij de uitdager van Obama gaat worden. Als de Republikeinse kandidaat nog niet eens vast staat, zijn er nog vele andere – niet te voorspellen – game changers mogelijk die de strijd volledig kunnen doen kantelen in het voordeel van Republikein of Democraat. Toch lijken deze obstakels onvermijdelijkheden voor de Republikein die als winnaar uit de voorverkiezingen komt. De komende relatief rustige weken bieden de perfecte mogelijkheid om daar alvast het hoofd eens over te breken.
Foto CC: DonkeyHotey
Adriaan Andringa is hoofdredacteur van de WarRoom en zal tot de presidentsverkiezingen in 2012 regelmatig verslag doen van het Amerikaanse politieke schouwspel.
3 reacties op “Drie obstakels voor Republikeinen”
Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.




Heldere uiteenzetting van de (toekomstige) sticking points voor de uiteindelijke Republikeinse kandidaat. In het bijzonder het derde punt, “Een eigen economische boodschap”, wordt een lastig verhaal voor de GOP. Toch gloort er hier (voorlopig nog) hoop voor de uitdager van Obama. De eerder genoemde Nate Silver noemde al dat geen enkele president sinds F.D.R. herkozen is met een werkloosheidspercentage boven de 7.2 procent (zij het dat andere contextuele factoren hierbij een aanzienlijke rol kunnen spelen). Huidig werkloosheidscijfer zit rond de 8.3 procent.
Ik ben trouwens wel benieuwd naar wat die game changers zouden kunnen zijn. Verwacht je bijvoorbeeld de opkomst van een derde kandiaat met een spoiler effect a la Ralph Nader of Ross Perot?
@Patrick, wat betreft de werkloosheid, daar heb je gelijk in. Wat Silver echter ook uitlegt is dat een harde wel/niet indocator (wel herkozen onder 7 procent, niet erboven) vanwege de kleine hoeveelheid data bijna niet te vast te stellen is, zovaak zijn er geen verkiezingen. Vandaar de schoonheid van het systeem dat hij hanteerde, hij stelde de relatieve voorspellende waarde van de verschillende indicatoren vast en zag dat verandering in werkloosheid wel een relevante indicator was, werkelijke werkloosheid niet.
Wat betreft game changers, Ron Paul zou zo’n Ralph Nader effect kunnen hebben als hij alsnog als third party candidate gaat, en zelfs als hij gewoon verliest en zijn achterban gedemotiveerd raakt. De VP-selectie kan een game changer zijn, bijvoorbeeld Rubio die Latino’s op de been brengt. Verder zijn game changers juist moeilijk te voorspellen (denk financiële crisis van 2008), dat maakt ze juist zo relevant.
@Adriaan, bedankt voor je reactie. Blijft inderdaad gissen wat die game changers zouden kunnen zijn, laat staan dat ze echt voorspeld kunnen worden. VP-selectie is wel een goede. De keuze van McCain voor Palin zorgde destijds ook voor een tijdelijke boost in de peilingen en een “menselijk” gezicht (maar natuurlijk ook uiteindelijk voor een teleurstellende uitkomst..).
Wat betreft de algemene identiteitscrisis binnen het Republikeinse kamp wilde ik even dit citaat uit Time Magazine (13 feb – David von Drehle) noemen.Vangt in 1 prachtige zin de volatiliteit van “conservatief” Amerika:
“…the Republican race has revealed some deep cracks in the conservative movement — dividing antiabortion social conservatives and live-and-let-live libertarians, separating the isolationist heirs of Robert Taft from the nation-building heirs of George W. Bush’s “freedom agenda”, culling the pragmatists at the Chamber of Commerce from the ideologues of talk radio and distinguishing country-club insiders from Tea Party outsiders.”